Als uitgangspunt van het beleid geldt dat een last onder bestuursdwang (tijdelijke sluiting) wordt opgelegd en niet een last onder dwangsom (betaling van een geldsom, indien de overtreding blijft voortduren of wordt herhaald).
Een last onder bestuursdwang is een zogenaamde herstelsanctie, titel 5.3 Algemene wet bestuursrecht (Awb). Een herstelsanctie is geen boete, maar is een maatregel die gericht is op het beëindigen van een overtreding en het herstellen van een onrechtmatige situatie.
Anders dan een last onder dwangsom leidt een last onder bestuursdwang direct tot beëindiging van de feitelijke overtreding. Gelet op het vaak (zeer grote) financiële gewin uit illegale drugshandel is het maar zeer de vraag of met het opleggen van een last onder dwangsom de overtreding (direct) ophoudt of niet meer wordt herhaald. Vanwege de grote winsten uit illegale drugshandel is het denkbaar dat de betaling van een dwangsom wordt ingecalculeerd. Van een last onder bestuursdwang gaat een duidelijker signaal uit, namelijk dat de illegale handel in drugs niet wordt geaccepteerd. Voorts kan met een last onder bestuursdwang makkelijker de loop uit het pand worden gehaald. Sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet beoogt het beëindigen of opheffen van locaties en betreft dus een pandgerichte aanpak.
Bij het opleggen van een last onder bestuursdwang wordt een begunstigingstermijn gegeven waarbinnen de overtreder de gelegenheid krijgt om de woning of het lokaal te ontruimen en sluiten. Indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd, zal de burgemeester overgaan tot feitelijk handelen door te ontruimen en te sluiten. Door zelf uitvoering te geven aan de last onder bestuursdwang, kan de overtreder voorkomen dat de burgemeester bestuursdwang toepast. De sluitingsbevoegdheid wordt niet aangetast. De sluiting is feitelijk van aard en brengt met zich mee dat niemand de woning of het lokaal mag betreden.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.2