Bij de te maken belangenafweging zijn onderstaande indicatoren van belang. In de belangenafweging wordt rekening gehouden met alle omstandigheden van het specifieke geval. De lijst heeft een niet-limitatief karakter. Ook op basis van de hieronder genoemde indicatoren kan sprake zijn van verzwarende omstandigheden om direct over te gaan tot sluiting en de waarschuwing over te slaan of een langere sluitingsperiode te hanteren. Onderstaande lijst is nadrukkelijk een hulpmiddel:
de hoeveelheid aangetroffen middelen als bedoeld in lijst I en/of lijst II van de Opiumwet. Hierbij kan gedacht worden aan de soort aangetroffen middelen, aan de hoeveelheid als zodanig en of die duidt op beroeps- of bedrijfsmatige handel. Het aantreffen van een handelshoeveelheid is op zichzelf al voldoende om aan te nemen dat er van handel sprake is (hierbij wordt aangesloten op de richtlijnen van het OM). Daadwerkelijke verkoop, aflevering of verstrekking hoeft niet aangetoond te worden;
de inrichting, het bedrijfsmatig karakter evenals de professionaliteit van de hennepplantage-/kwekerij of productiepunt (bijvoorbeeld illegale stroom aftap, aanwezige hennep-/drugsresten van een vorige productie en randapparatuur voor het instant houden van de hennepplantage-/kwekerij of productiepunt);
er is sprake van een combinatie van middelen als bedoeld in lijst I en lijst II Opiumwet (ook bij minder dan een handelshoeveelheid harddrugs);
de wijze waarop de aangetroffen middelen zijn verpakt;
het aantreffen van handelsgeld en/of aanwezigheid van (vuur)wapens/verboden wapenbezit als bedoeld in de Wet Wapens en Munitie;
de omstandigheid dat de woning als ontmoetingsplek voor handelaren en/of gebruikers fungeert (dit kan bijvoorbeeld blijken uit politieobservaties of verklaringen van gebruikers, omwonenden, getuigen etc.);
er is een vermoeden van verwijtbaarheid van de bewoner(s)/betrokkene(n);
er is een vermoeden dat de bewoner(s)/betrokkene(n) verkeert/verkeren in kringen van personen met antecedenten (hierbij moet vooral gedacht worden aan antecedenten t.a.v. de Opiumwet of de Wet Wapens en Munitie, maar ook antecedenten op het gebied van geweld tegen personen of zaken, zoals geweld, mishandeling, bedreiging, vernieling of diefstal e.d. kunnen een rol spelen); aannemelijk is dat behalve de woning of het daarbij behorende erf nog één of meer locaties betrokken is/zijn bij drugshandel in georganiseerd verband of als aanwezigheid van drugs hierop duidt;
er sprake is van overlast vanuit de woning, waaronder gewelds- en openbare orde delicten in of rond de woning;
er sprake is van ondeugdelijke of ondoorzichtige huurconstructies en niet ingeschreven staan in de Basisregistratie Personen;
er is sprake van recidive door dezelfde persoon;
de mate van risico of gevaar voor het woon- of leefklimaat in de omgeving en/of omwonenden (hierbij kan gedacht worden aan de gevaren verbonden aan (georganiseerde) drugscriminaliteit);
er is naast drugs(handel) sprake van het faciliteren van een andere vorm van criminaliteit vanuit de woning.
Indicatoren voorbereidingshandelingen
In de situatie dat sprake is van strafbare voorbereidingshandelingen gelden de volgende indicatoren:
de aard van de stoffen of goederen (hierbij kan gedacht worden aan het voorhanden hebben van een chemische stof, apparatuur of aanverwante artikelen welke niet of nauwelijks anders kunnen worden toegepast dan bij de productie, handel of transport van drugs);
de mate waarin de goederen erop wijzen bestemd te zijn voor productie van handel in drugs;
de inrichting, het bedrijfsmatig karakter evenals de professionaliteit van de hennepplantage-/kwekerij of productiepunt (bijvoorbeeld illegale stroom aftap, aanwezige hennep-/drugsresten van een vorige productie en randapparatuur voor het instant houden van de hennepplantage-/kwekerij of productiepunt);
de combinatie van aangetroffen stoffen (hierbij kan gedacht worden aan het tegelijk verkopen, dan wel aanwezig hebben van goederen die voor verwerking, transport of bereiding van drugs bedoeld zijn, zoals grammenweegschalen, drugsverpakkingen, versnijdingsmiddelen, et cetera);
de hoeveelheid aangetroffen stoffen of goederen;
de mate van bekendheid van het pand waar dergelijke producten verkocht, verhandeld, gebruikt of geproduceerd kunnen worden;
de mate van risico of gevaar voor het woon- of leefklimaat in de omgeving en/of voor omwonenden (hierbij kan naast de gevaren verbonden aan (georganiseerde) drugscriminaliteit gedacht worden aan brandgevaar, risico’s verbonden aan het gebruik van chemicaliën, et cetera).
Hoofdstuk 2.
Artikel 3.4