Borden op de juiste plekken. Borden moeten staan op alle plekken waar honden verboden zijn en bij alle hondenuitlaatrennen en losloopgebieden.
Het kiezen van borden die duidelijk en opvallend genoeg zijn. Een bord voor ‘hondenlosloopgebieden’ en een verbodsbord. De twee verschillende borden zijn in lijn met elkaar, naar het voorbeeld van Amersfoort en Dronten. Op het ‘verboden voor honden’-bord staat duidelijk dat honden niet gewenst zijn, niet alleen dat er een aanlijn- en opruimplicht geldt. Op het bord bij hondenuitlaatrennen en losloopgebieden staat duidelijk dat de aanlijn- en opruimplicht daar niet van toepassing is.
Overal waar het verboden is voor honden een duidelijk bord plaatsen. Bij speelplekken bij elke (hoofd)ingang een bord plaatsen en eventueel op een strategische plaats, bijvoorbeeld langs de aanlooproute. Uitgegaan is van gemiddeld 2 borden per speelplek. De borden vooral toepassen als borden aan vervanging toe zijn. Er zijn ongeveer 90 speelplekken en dus 180 borden nodig.