Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Voordracht, benoeming zittingsduur, einde lidmaatschap

Onderdeel van Verordening adviesraad voor het sociaal domein

1.. De adviesraad werft zijn eigen leden en draagt deze voor bij het college. De voorzitter wordt geworven door adviesraad en college. In uitzondering hierop is de werving van een voorzitter bij de start van de adviesraad, dit wordt door het college gedaan. De leden en de voorzitter worden benoemd door het college. 2.. In geval van afwezigheid van de voorzitter benoemt de adviesraad een tijdelijke waarnemend voorzitter uit zijn eigen midden. 3.. Een lid kan op ieder moment het college schriftelijk vragen hem ontslag te verlenen. De leden blijven lid van de adviesraad totdat het college een besluit heeft genomen op de ontslagaanvraag. 4.. Het college kan het lidmaatschap van een lid of voorzitter tussentijds beëindigen als: een lid of de voorzitter dit verzoekt; een lid of de voorzitter onvoldoende functioneert. Het college kan een lid uit eigen beweging ontslaan of op verzoek van de adviesraad. 5.. Van onvoldoende functioneren als bedoeld in het vorige lid is sprake als een lid: minder dan 50% aanwezig is bij vergaderingen van de adviesraad of een werkgroep waarvan men deel uitmaakt; individuele belangen behartigt; geen netwerk onderhoudt; of niet meer voldoet aan het gestelde in artikel 4 lid 3. 6.. De adviesraad hanteert een schema van aftreden waarbij rekening gehouden wordt met het volgende: er geldt een zittingstermijn van drie jaar; een lid heeft maximaal twee zittingstermijnen zitting in de adviesraad, waarna de leden niet meer herbenoembaar zijn; ter borging van kennis, kunde en continuïteit treden niet alle leden, die deel uitmaken van dezelfde werkgroep, gelijktijdig af.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel