Meer mensen aan het werk, is een belangrijk uitgangspunt vanuit de Participatiewet en de Wet Banenafspraak. Niet alleen de overheid, maar ook werkgevers hebben hiermee de opdracht gekregen om meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk te krijgen. Deze opdracht heeft de meeste kans van slagen, voor zowel werkgevers als werknemers, als dit niet vanuit een verplichting maar vanuit een gezamenlijke maatschappelijke opgave gebeurt. We willen rondom deze opgave elkaar ook vooral versterken, waardoor we gezamenlijk meer kunnen bereiken en langdurig resultaat kunnen behalen. Als gemeenten willen we hierin de werkgevers stimuleren, faciliteren en een verbinding zijn rondom personele vraagstukken. De doelstelling is het sociaal ondernemen binnen onze regio verder te stimuleren.
Onder sociaal ondernemen maken de gemeenten in de D6 ook afspraken met organisaties bij de inkoop over sociale criteria die opgenomen zijn in de opdrachtverstrekking. Wij vragen als gemeenten in ruil voor de verkregen opdracht een stukje werkgelegenheid terug. Dit noemen we Social return of SROI (Social return on investment).
Er is nog geen generiek landelijk beleid op Social return. Sterker nog, binnen de D6 waren er tot op heden 6 verschillende beleids- en uitvoeringsmethodieken rondom Social Return. Middels dit beleidsstuk harmoniseren we het beleid en de daarmee samenhangende uitvoering van Social Return binnen de 6 gemeenten, zodat er een uniforme wijze toegepast wordt. Dit maakt het helder en uitvoerbaar voor de werkgevers. Maar ook de medewerkers binnen de gemeenten en de uitvoeringspartners (Werkplein Hart van West-Brabant en WVS-groep) zijn hierbij gebaat. Bovenal uiteraard voor de mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt die hierdoor meer kans krijgen op het vinden van een baan. Voor de totstandkoming van dit beleid is dan ook uitvoerig gesproken met alle bovengenoemde partijen en zoveel mogelijk de input meegenomen in het uniforme beleid.
Een mooie aanvulling is dat de uitgangspunten van de D6-gemeenten aansluiten bij het uniforme beleid dat in Oost-Brabant (arbeidsmarktregio’s Zuidoost Brabant en Noordoost Brabant) in ontwikkeling was. We hebben deze trajecten met elkaar verbonden, wat uiteindelijk heeft geresulteerd in een beleidsdocument dat in de basis hetzelfde is. We benutten hierdoor belangrijke praktijkervaring die de afgelopen jaren in die regio is opgebouwd. Uiteraard is er wel maatwerk in verwerkt, afgaande op de lokale/regionale situatie. Bovendien blijven we binnen onze arbeidsmarktregio West-Brabant ook (op onderdelen) aansluiting houden, want ons beleid is in hoofdlijnen te vergelijken met dat van de gemeente Breda.
Met dit nieuwe beleid binnen de D6 zien we kansen. Het is voor werkgevers direct duidelijk aan welke eisen zij moeten voldoen. Een eenduidig Social return beleid biedt ook meer kansen voor gemeenten om duurzame plaatsingen te realiseren, bijvoorbeeld door inspanningen die een werkgever al verricht voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt ook mee te laten wegen in de Social returnverplichting. De stimulering van duurzame plaatsingen komt bovendien tegemoet aan de wensen van de werknemersverenigingen om verdringing, oneerlijke concurrentie en draaideurconstructies tegen te gaan. Ook biedt deze vorm van Social return kansen voor mensen met een kwetsbare positie om zich binnen reguliere organisaties te ontwikkelen, dus sluit volledig aan bij de Participatiewet.
Door gelijke spelregels tussen de gemeenten af te spreken en het beschikbare instrumentarium voor Social return helder in beeld te brengen kunnen we gezamenlijk grote stappen maken om van Social return een effectief instrument te maken. De gemeentelijke organisaties kunnen bovendien ook objectief laten toetsen hoe de eigen organisatie scoort op het sociaal ondernemen.