Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Nadere invulling Social return 4.1 Uitvoeringsvoorwaarden D6

Onderdeel van Beleidsnotitie Social Return bij inkoop D6-gemeenten 2020

Voor de gemeente is de gevraagde Social return inzet gebaseerd op het uitgangspunt dat gestreefd wordt naar het maximum dat de markt bereid en in staat is aan te bieden zonder negatieve consequenties uit oogpunt van marktconformiteit en arbeidsmarktverstoring, zowel aan de vraag- als aanbodzijde. Door Social return als hefboom te gebruiken om organisaties structureel sociaal te laten ondernemen wordt de basis van de arbeidsmarkt duurzaam geactiveerd en ontwikkeld. Social return (met de PSO als alternatief) wordt bij gemeentelijke opdrachten vanaf een bepaalde opdrachtwaarde (werken vanaf € 1.000.000, diensten en leveringen vanaf € 150.000) opgenomen als prestatie-eis en, daarmee, als contractvoorwaarde. De prestatie-eis verplicht de opdrachtnemer om bij arbeidsintensieve opdrachten (opdrachten met een arbeidsdeel van minstens 30% van de totale opdrachtsom) minimaal 5% van de opdrachtsom excl. Btw te besteden aan de invulling van de Social return. Wanneer de opdracht arbeidsextensief is, namelijk wanneer de loonsom minder is dan 30% van de totale opdrachtsom, is de prestatie-eis 2% van de opdrachtsom. Opdrachtnemers die vanaf de start van de uitvoering van de opdracht en gedurende de gehele duur van de opdracht aan minimaal trede 2 van de PSO voldoen (en dit kunnen aantonen met een geldig PSO-certificaat), voldoen aan de Social return prestatie-eis van 5%. Zij hoeven deze eis niet meer apart in te vullen per aanbesteding. Het is ook mogelijk om bij een aanbesteding binnen één van de D6-gemeenten een korting van 50% op de Social return verplichting te krijgen, indien een opdrachtnemer in het bezit is van een geldig PSO certificaat op trede 1. De PSO trede 1 geldt bij arbeidsintensieve opdrachten als alternatief voor een prestatie-eis van 2,5% (dit is de 50% korting, bij arbeidsextensieve opdrachten komt de korting dan op 1%). Voor de overige 2,5% van de waarde van de opdrachtsom dient er sprake te zijn van nieuw in dienst te nemen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt (volgens de waarden van de bouwblokken). Ook hier geldt dat er gekeken wordt naar de aard van de opdracht en de situatie op de markt. Tenslotte geldt voor de aspirant status voor de PSO certificering een korting van 20% op de Social return verplichting. Dit betekent dus de aspirant status met een prestatie-eis van 4%. Voor het voldoen aan de aspirant status dient er een goedgekeurd plan van aanpak door de opdrachtnemer ingediend te worden waaruit blijkt op welke manier zij binnen 2 jaar een trede op de PSO hebben behaald. De gemeente kan desgewenst zorgen voor ondersteuning bij het opstellen van het plan van aanpak (zie hoofdstuk 5 Uitvoering en monitoring social return). De hierboven genoemde drempelbedragen en percentages worden per specifieke opdracht getoetst aan het proportionaliteitsbeginsel en er is dus maatwerk mogelijk. Ook onder de drempelbedragen kunnen SROI-eisen daardoor desgewenst opgenomen worden. Maatwerk kan gewenst zijn in twee gevallen: 1) Als de opdracht gerelateerde arbeid nul of zeer gering is: Dit is het geval a) bij kortdurende opdrachten voor diensten en werken (korter dan 3 maanden), b) bij kleine opdrachten, c) bij toeleveringen zonder dienstverleningscomponent en d) als de arbeid niet geschikt is voor de doelgroep met een afstand tot de arbeidsmarkt. In zulke gevallen kunnen leveranciers uit oogpunt van proportionaliteit van eisen niet bij voorbaat gehouden worden aan de bovengenoemde Social return prestatie-eis van 2%. Veelal zal het percentage zelfs 0% moeten zijn. Wel kunnen gegadigden bij de aanbesteding mede beoordeeld en geselecteerd worden op hun mate van sociaal ondernemen, bv. met de criteria van de PSO-ladder als maatstaf. Het haalbare percentage Social return wordt voorafgaand aan de aanbesteding vastgesteld. 2) Als de opdracht zich bij uitstek leent voor inzet van mensen met achterstand tot de arbeidsmarkt: Dit is met name het geval bij opdrachten die veel laaggeschoolde arbeid omvatten. Hierbij kan een percentage Social return als prestatie-eis (veel) hoger dan 5% worden gevraagd. Ook hier geldt dat het haalbare percentage Social return voorafgaand aan de aanbesteding wordt vastgesteld en dus bepaald wordt in de aanbestedingsvoorwaarden. Om dit te bewerkstelligen halen we informatie op uit de markt wat haalbaar is middels een marktconsultatie. Maatwerk kan ook worden geïnitieerd door, naast Social return als prestatie-eis, aanvullend Social return als wens ofwel gunningcriterium op te voeren in een aanbesteding. De door de winnende leverancier op een gunningcriterium geboden inzet van Social return wordt bij gunning eveneens een contractvoorwaarde. Voorbehouden van opdrachten De nieuwe aanbestedingswet geeft publieke organisaties de mogelijkheid opdrachten voor te behouden aan ondernemingen, werkplaatsen of programma’s ‘mits ten minste 30% van de werknemers van deze werkplaatsen, ondernemingen of programma’s gehandicapte of kansarme werknemers zijn’ (art. 2.82 Aanbestedingswet). Organisaties die voldoen aan deze (wettelijke) criteria worden ook wel 30+ (Abw-)organisaties genoemd. Sinds 1 april 2017 is het mogelijk om een separaat 30+ (Abw-)certificaat aan te vragen als een PSO-aanvrager in aanmerking komt voor PSO-Trede 3. In onze subregio zal dit in ieder geval van toepassing zijn op de WVS-groep.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel