Om de kwaliteit en clientbeleving van de geleverde ondersteuning te onderzoeken, zal de gemeente steekproefsgewijs een controle uitvoeren (telefonisch en/of d.m.v. een huisbezoek). Als de reguliere klachtenafhandeling over de kwaliteit van een schoon huis niet toereikend is, dan kan de gemeente een onderzoek instellen door het inzetten van externe expertise.
De norm “schoon”
Wanneer is een huis schoon? Hoe beoordeel je dat?
Leefbaar staat voor opgeruimd en functioneel, om bijvoorbeeld vallen te voorkomen. Schoon betekent dat leefvertrekken schoon moeten zijn volgens de normen zoals opgenomen in het KPMG normenkader. De woning dient zodanig schoon te zijn dat deze niet vervuilt. Het gaat om een basisniveau van schoon houden; wat minimaal nodig is wordt gedaan. Dit kan betekenen dat de uitvoering niet helemaal hoeft te voldoen aan de persoonlijke standaard en verwachtingen van een client.
Beoordelen of een huis schoon is, betekent inzichtelijk krijgen of en in welke mate sprake is van vervuiling. Van vervuiling is sprake indien in een bepaalde mate stof, vlekken, vingertasten en aanslag aanwezig zijn op de in het huis aanwezige elementen (delen of onderdelen van de inventaris). Sommige elementen moeten periodiek stof-en/of vlekvrij worden gemaakt. Er zijn ook elementen waarbij enige lichte verontreiniging niet als onhygiënisch wordt gezien en daarom aanwezig mag zijn. Zo dient een toilet stof-en/of vlekvrij te zijn, maar mag er op de kapstok een lichte mate van stof aanwezig zijn.
Beoordelen of een element schoon of vuil is, is een momentopname. Dat geldt ook voor het schoonmaken zelf; hetgeen vandaag wordt schoongemaakt, blijft niet schoon. Dit betekent dat de beoordelaar een woning beoordeelt met inachtneming van het gegeven dat dagelijks vuil een gegeven is en onderscheiden moet worden van cumulatief vuil (ophoping van dagelijks vuil).
De beoordelaar kan op basis van de afspraken die tussen client en aanbieder zijn gemaakt over de uitvoering van de activiteiten beoordelen of de aanbieder zich aan de afgesproken frequentie van schoonmaken houdt. De beoordelaar zal indien er een mate van vervuiling aanwezig is, die niet toelaatbaar is gelet op de afgesproken frequentie, dit bespreekbaar maken. De beoordelaar kan een aanbieder alleen aanspreken op het niet realiseren van de beschreven resultaatgebieden.
Hoofdstuk 6.
Artikel 6.1