Bij de zorg voor minderjarige kinderen gaat het om de dagelijkse, gebruikelijke hulp voor gezonde kinderen die tot het gezin behoren als beide ouders niet in staat zijn deze te leveren. Het betreft activiteiten als wassen en aankleden, hulp bij eten en/of drinken en een maaltijd voorbereiden. Het passen op kinderen valt niet onder dit resultaat.
De zorgbehoefte van gezonde kinderen in relatie tot het huishouden wordt hieronder weergegeven:
Leeftijd
Zorgbehoefte
0 tot en met 4 jaar
Moeten volledig verzorgd worden; aan- en uitkleden, eten en wassen.
Zijn tot 4 jaar niet zindelijk, hebben hulp nodig bij verschonen en eventuele toiletgang.
5 tot en met 11 jaar
Hebben toezicht nodig (en nog maar weinig hulp) bij aan- en uitkleden en wassen.
Zijn overdag zindelijk en ’s nachts merendeel ook.
Hebben toezicht nodig voor het maken van een broodmaaltijd. Het eten zelf gaat zelfstandig.
Hebben hulp nodig bij het maken van een warme maaltijd. Het eten zelf gaat zelfstandig.
12 tot en met 17 jaar
Hebben geen hulp (en maar weinig toezicht) nodig bij hun persoonlijke verzorging.
Hebben toezicht nodig bij het maken van een warme maaltijd.
Het is de verantwoordelijkheid van ouders/verzorgers om een oplossing te regelen, op tijden dat zij beiden niet in staat zijn om voor de kinderen te zorgen. Bij uitval van één van de ouders dient de andere ouder de zorg over te nemen. Hierbij wordt verwacht dat er maximaal gezocht wordt naar eigen oplossingen: zorgverlof, mantelzorg en andere voorliggende voorzieningen.
Deze verantwoordelijkheid vervalt niet bij echtscheiding of beëindiging van de relatie. Er dient wel rekening gehouden te worden met de eventueel door de rechtbank vastgelegde afspraken.
Vanuit het team Wmo van de gemeente kan ondersteuning worden geboden bij het zoeken naar eigen oplossingen bijvoorbeeld binnen het netwerk. Het is ook mogelijk om te onderzoeken of er door middel van bijvoorbeeld Buitenschoolse opvang of Sociaal Medische Indicatie (SMI) kinderopvang een oplossing gevonden kan worden.
De ondersteuning vanuit de Wmo op dit resultaatgebied is aanvullend op de eigen mogelijkheden en heeft vooral een taak in het bijspringen, zodat voor het gezin ruimte ontstaat om zelf een al dan niet tijdelijke oplossing te vinden.
In tabel 13 in bijlage I worden de activiteiten en frequentie bij dit resultaatgebied omschreven.
Hoofdstuk 5.
Artikel 8.