Naar hoofdinhoud
In deze beleidsregels wordt verstaan onder: beschikbare geldmiddelen: geldmiddelen waarover de aanvrager (en partner) beschikt of redelijkerwijs kan beschikken: zoals contant geld, geld op betaal- en spaarrekeningen, cryptovaluta, de waarde van effecten; college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend; draagkracht: dat deel van het inkomen en vermogen dat boven de voor de leefvorm toepasselijke bijstandsnorm en vrij te laten vermogen ligt; het huidige inkomen: het in aanmerking te nemen inkomen als bedoeld in artikel 1, onder f, in de maand januari 2021 of in de maand dat er recht bestaat op een tegemoetkoming TONK; het huidige vermogen: de beschikbare geldmiddelen van de aanvrager (en partner) per 1 januari 2021, of de eerste dag van de maand dat er recht bestaat op een tegemoetkoming TONK; Kostendelende medebewoner: de medebewoner zoals bedoeld in artikel 19a van de wet; inwoner: een belanghebbende die zijn woonplaats als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de wet, in Purmerend heeft; in aanmerking te nemen inkomen: het volledige inkomen waarover een inwoner (en partner) redelijkerwijs kan beschikken als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de wet. Het inkomen uit bedrijf of zelfstandig beroep wordt in aanmerking genomen conform artikel 6 van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers; voor de leefvorm toepasselijke bijstandsnorm: 130% van de bijstandsnorm (tot AOW leeftijd) die van toepassing zou zijn in de leefsituatie van de inwoner als recht zou bestaan op algemene bijstand, waarbij geen rekening wordt gehouden met de kostendelersnorm; vrij te laten vermogen: het vermogen genoemd in artikel 34 lid 3 van de wet; wet: Participatiewet; woonkosten: de kosten als bedoeld in artikel 4.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel