**1..** Een verlaging bedraagt 10 procent van de bijstandsnorm voor de duur van een maand indien:
de belanghebbende zich niet tijdig laat registreren als werkzoekende bij het UWV of deze registratie niet tijdig verlengd is; als er sprake is van een eerste verwijtbare gedraging kan worden volstaan met het geven van een waarschuwing.
de belanghebbende niet verschijnt bij een afspraak in het kader van de re-integratie of bij het afnemen van de taaltoets, zoals opgenomen in artikel 18b Pw; als er sprake is van een eerste verwijtbare gedraging kan worden volstaan met het geven van een waarschuwing.
**2..** De verlaging bedraagt 20 procent van de bijstandsnorm voor de duur van een maand als:
de belanghebbende niet meewerkt aan het in naam van belanghebbende doen van noodzakelijke betalingen uit de toegekende bijstand (artikel 57 aanhef en onder a Pw);
de belanghebbende niet meewerkt aan betaling in natura van een deel van de uitkering (artikel 57 aanhef en onder b Pw).
**3..** De verlaging bedraagt 40 procent van de bijstandsnorm voor de duur van een maand als:
de belanghebbende niet of onvoldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak;
de belanghebbende niet of onvoldoende meewerkt aan activiteiten of werkzaamheden die gericht zijn op arbeidsinschakeling of bevordering van arbeidsbekwaamheid;
de belanghebbende niet of in onvoldoende mate meewerkt aan een onderzoek naar de mogelijkheden van een participatievoorziening, anders dan bedoeld in artikel 18 lid 4 Pw;
de belanghebbende onvoldoende de verplichtingen nakomt als bedoeld in de artikelen 9 lid 1 aanhef en onder b of 55 Pw, voor zover het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na een melding als bedoeld in artikel 43 lid 4 en 5 Pw, voor zover deze verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18 lid 4 Pw;
de belanghebbende niet of onvoldoende een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen verricht als bedoeld in artikel 9 lid 1 onder c Pw, artikel 37 lid 1 onder f Ioaw of artikel 37 lid 1 onder f Ioaz;
de belanghebbende uit houding en gedrag ondubbelzinnig laat blijken verplichtingen als bedoeld in artikel 9 lid 1 onder b Pw, artikel 37 lid 1 onder e Ioaw of artikel 37 lid 1 onder e Ioaz niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 9a lid 1 Pw, artikel 38 lid 1 Ioaw of artikel 38 lid 1 Ioaz.
**4..** De verlaging bedraagt 100 procent van de bijstandsnorm voor de duur van een maand als:
de belanghebbende niet of onvoldoende gebruik maakt van een door het college aangeboden voorziening als bedoeld in de artikelen 36 lid 1 en 37 lid 1 onder e Ioaw of de artikelen 36 lid 1 en artikel 37 lid 1 onder e Ioaz, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening;
de belanghebbende niet naar vermogen probeert algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen in de gemeente van inwoning voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in artikel 18 lid 4 Pw.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.7
Artikel 2.38
Gedragingen Participatiewet, Ioaw en Ioaz
Onderdeel van Integrale verordening sociaal domein gemeenten Ermelo, Harderwijk en Zeewolde 2021