Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.6

Artikel 4.10

Voorwaarden pgb

Onderdeel van Integrale verordening sociaal domein gemeenten Ermelo, Harderwijk en Zeewolde

1.. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 Jeugdwet. 2.. De jeugdige of ouders kunnen alleen voor een pgb in aanmerking komen, indien zij een volledig ingevuld persoonlijk budgetplan hebben overgelegd. 3.. De jeugdige of ouders aan wie een pgb wordt toegekend, dient ervoor te zorgen dat de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de ondersteuning moet gaan bieden voldoet aan de in artikel 4.23 opgenomen kwaliteitseisen. 4.. Onverminderd het bepaalde in artikel 8.1.1 leden 2 en 4 Jeugdwet verstrekt het college geen pgb, voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte jeugdhulp noodzakelijk was. 5.. De jeugdige of diens ouders worden geacht voldoende in staat te zijn tot een redelijke waardering van zijn belangen als bedoeld in artikel 8.1.1 lid 2 onder a Jeugdwet, als zij zelfstandig of met behulp van zijn netwerk, dan wel curator, bewindvoerder of gemachtigde: duidelijk kunnen maken welke problemen worden ervaren en bij welke ondersteuning zij gebaat zouden zijn; de taken, die aan het pgb zijn verbonden, op verantwoorde wijze kunnen uitvoeren. 6.. Indien de taken, bedoeld in artikel 8.1.1 lid 2 onder a Jeugdwet, niet door de budgethouder zelf worden uitgevoerd, dan mag de daarvoor ingeschakelde persoon niet tevens de jeugdhulpverlener van de jeugdige zijn. 7.. Het college kan een pgb weigeren: indien aan de jeugdige of zijn ouders in de afgelopen drie jaren, voorafgaand aan de datum van het gesprek, een persoonsgebonden budget is verleend en waarbij door de jeugdige of zijn ouders niet is voldaan aan de voorwaarden van het persoonsgebonden budget; voor zover dit is bedoeld voor begeleidings- of administratiekosten in verband met het persoonsgebonden budget 8.. Een pgb voor ondersteuning vanuit het sociale netwerk wordt alleen verstrekt voor zover: de geboden hulp passend, adequaat en veilig is; de personen uit het sociale netwerk die de hulp gaan verlenen, zich voldoende op de hoogte hebben gesteld van de verantwoordelijkheden die aan het bieden van jeugdhulp verbonden zijn; er bij de personen uit het sociale netwerk die de hulp gaan bieden geen sprake is van overbelasting of dreiging daarvan; de in te zetten jeugdhulp geen ggz-behandeling betreft; de persoon uit het sociale netwerk geen handelingen verricht die op grond van de norm van verantwoorde werktoedeling aan een geregistreerde professional zijn voorbehouden; de in te zetten jeugdhulp geen ggz-behandeling betreft; de persoon uit het sociaal netwerk op basis van opleiding en/of ervaring in staat moet zijn de in de individuele situatie vereiste dienstverlening te realiseren; de persoon uit het sociaal netwerk beschikt over een actuele verklaring omtrent het gedrag, tenzij de persoon een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel