**1..** Een verlaging bedraagt 30 procent van de bijstandsnorm voor de duur van een maand indien:
de belanghebbende niet verschijnt bij een afspraak in het kader van de re-integratie of bij het afnemen van de taaltoets, zoals opgenomen in artikel 18b Pw;
de belanghebbende niet meewerk aan het in naam van belanghebbende doen van noodzakelijke betalingen uit de toegekende bijstand (artikel 57 aanhef en onder a Pw);
de belanghebbende niet meewerkt aan betaling in natura van een deel van de uitkering (artikel 57 aanhef en onder b Pw).
de belanghebbende niet of onvoldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak;
de belanghebbende onvoldoende de verplichtingen nakomt als bedoeld in de artikelen 9 lid 1 aanhef en onder b of 55 Pw, voor zover het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na een melding als bedoeld in artikel 43 lid 4 en 5 Pw, voor zover deze verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18 lid 4 Pw;
**2..** De verlaging bedraagt 100 procent van de bijstandsnorm voor de duur van een maand als:
de belanghebbende niet of onvoldoende gebruik maakt van een door het college aangeboden voorziening als bedoeld in de artikelen 36 lid 1 en 37 lid 1 onder e Ioaw of de artikelen 36 lid 1 en artikel 37 lid 1 onder e Ioaz, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening;
de belanghebbende niet of onvoldoende een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen verricht als bedoeld in artikel 9 lid 1 onder c Pw, artikel 37 lid 1 onder f Ioaw of artikel 37 lid 1 onder f Ioaz;
**3..** Het college weigert de IOAW of IOAZ uitkering blijvend in sprake is van:
aan de beëindiging van zijn dienstbetrekking een dringende reden ten grondslag ligt in de zin van artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de belanghebbende ter zake een verwijt kan worden gemaakt;
de dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van de belanghebbende zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd;
de belanghebbende nalaat algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden;
de belanghebbende door eigen toedoen geen algemeen geaccepteerde arbeid verkrijgt.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.6
Artikel 2.37
Gedragingen Participatiewet, Ioaw en Ioaz
Onderdeel van Integrale verordening sociaal domein gemeenten Ermelo, Harderwijk en Zeewolde