**1..** Reiskosten ten behoeve van het inburgeringstraject worden aangemerkt als bijzondere noodzakelijke kosten, onder de voorwaarden dat:
Er geen vergelijkbare passende voorziening dichterbij is.
De reisafstand verder is dan 10 km vanaf het woonadres van de belanghebbende. Hiervan kan worden afgeweken wanneer het op grond van bijzondere omstandigheden onmogelijk is om te fietsen.
Vervoerkosten voor inburgeringstrajecten: de vervoersbewijzen worden overgelegd of een bewijs van de onderwijsinstelling, dat de belanghebbende de lessen inderdaad heeft bezocht (bijv. een presentielijst).
**2..** De reiskosten van kinderen van statushouders van en naar school worden aangemerkt als bijzondere noodzakelijke kosten, onder de voorwaarden:
dat de fietsafstand verder is dan 15 km vanaf het woonadres van de belanghebbende;
dat het kind de basisschool heeft afgesloten;
het kind beschikking heeft over een fiets;
het kind (fysiek) in staat is om te fietsen;
het kind zich voldoende kan oriënteren in de ruimte om de weg naar en van school zelfstandig te fietsen; en
het kind de verkeersregels voldoende kent;
**3..** De hoogte van de bijzondere bijstand is gebaseerd op basis van kosten openbaar vervoer tweede klas, indien men reist met het openbaar vervoer.
**4..** In afwijking van het tweede lid bedraagt, indien reizen met openbaar vervoer niet mogelijk of wenselijk is en met eigen vervoer wordt gereisd, de tegemoetkoming € 0,19 per kilometer per dag en wordt de reisafstand gemeten van postcode woonadres en huisnummer tot postcodelocatie en huisnummer aan de hand van de ANWB-routeplanner, snelste route.
Hoofdstuk 3. › § 3.5
Artikel 20