Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf

Artikel 17

B080 - Jongeren in een inrichting

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Gemert-Bakel 2021

1.. De kosten van levensonderhoud van 18- tot en met 20-jarigen die in een inrichting verblijven en die geen of onvoldoende beroep kunnen doen op hun ouders voor de noodzakelijke kosten van het bestaan, worden aangemerkt als bijzonder noodzakelijke kosten van levensonderhoud. 2.. Een 18- tot en met 20-jarige kan in ieder geval geen of onvoldoende beroep op de zorgplicht van de ouders doen als een van de volgende situaties zich voordoet: De onderhoudsplichtige ouder of ouders zijn overleden; De jongere in het kader van de Jeugdwet buiten het gezinsverband van de ouder of ouders is geplaatst; De ouders onvindbaar of niet bereikbaar zijn; Er sprake is van een ernstig verstoorde relatie met de ouder(s). 3.. De hoogte van de bijzondere bijstand wordt als volgt vastgesteld: de hoogte van de bijzondere bijstand (artikel 12 PW) wordt afgeleid van de normen algemene bijstand die gelden voor personen van 21 jaar of ouder die in een inrichting verblijven, te weten: 75% van de norm van artikel 23 lid 1 onderdeel a van de participatiewet, vermeerderd met het bedrag genoemd in artikel 23 lid 2 onderdeel a van de wet. Er wordt geen vakantietoeslag uitgekeerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel