In aanvulling op hoofdstuk 2 van de Verordening Participatiewet 2015 geldt:
Belanghebbende heeft uitzicht op inkomensverbetering indien in de periode van twaalf maanden na de peildatum naar verwachting algemeen geaccepteerde arbeid zal worden aangeboden of verworven me een hoger loon dan de toepasselijke bijstandsnorm.
Bij de beoordeling van het criterium 'geen uitzicht op inkomensverbetering' moet het college rekening houden met de omstandigheden van de persoon, waartoe in ieder geval worden gerekend:
- de krachten en bekwaamheden van de persoon, en
- de inspanningen die de persoon heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen.
Geen individuele inkomenstoeslag wordt verstrekt als belanghebbende gedurende de referteperiode geen of onvoldoende inspanningen heeft verricht.
Geen recht op individuele inkomenstoeslag heeft:
de belanghebbende die twaalf maanden voorafgaand aan de peildatum, een maatregel heeft gekregen in verband met het niet of onvoldoende medewerking verlenen aan re-integratie en re-integratieactiviteiten of een maatregel heeft gekregen in verband met het niet verkrijgen en behouden van algemeen geaccepteerde arbeid.
de belanghebbende die gedurende de referteperiode uit 's Rijks kas bekostigd onderwijs volgt of heeft gevolgd.
Hoofdstuk 4
Artikel 29
Nadere regels individuele inkomenstoeslag
Onderdeel van Gemeente Bergeijk - Beleidsregels bijzondere bijstand Kempengemeenten 2021