Bijzondere bijstand wordt verleend met inachtneming van de draagkracht van de belanghebbende en zijn gezin, tenzij deze beleidsregels anders bepalen.
De draagkracht bedraagt 35% van het draagkrachtinkomen plus 100% van het draagkrachtvermogen.
In afwijking van het tweede lid bedraagt de draagkracht 100% van het draagkrachtinkomen plus 100% van het draagkrachtvermogen bij bijzondere bijstand voor bepaalde periodieke kosten die betrekking hebben op algemeen noodzakelijke bestaanskosten.
Bij de vaststelling van het draagkrachtvermogen blijft het vermogen in de eigen woning, die het hoofdverblijf is van de belanghebbende, buiten beschouwing. Vermogen in onroerend goed dat niet het hoofdverblijf is wordt volledig meegerekend.
In afwijking van het tweede lid wordt bij personen die bijzondere bijstand in de vorm van woonkostentoeslag ontvangen aangenomen dat er geen draagkrachtvermogen aanwezig is.
Hoofdstuk 1
Artikel 3
Draagkracht
Onderdeel van Gemeente Bergeijk - Beleidsregels bijzondere bijstand Kempengemeenten 2021