Het college kan bijzondere bijstand verlenen voor de woonkosten van een eigen woning, waarbij alleen de volgende woonkosten voor deze woonkostentoeslag in aanmerking komen:
de hypotheekrente
de zakelijke lasten in verband met het hebben van eigendom, zoals rioolrechten, het eigenaarsdeel waterschapslasten, het erfpachtcanon, de premies van verzekeringen tegen brand- en stormschade (alleen voor de opstallen) en het eigenaarsdeel onroerende zaakbelasting (dus niet het gebruikersdeel).
een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor groot onderhoud.
De hoogte van de woonkostentoeslag als bedoeld in het eerste lid wordt bepaald op de maximale woonkostentoeslag, rekening houdend met de in het eerste lid genoemde woonkosten en berekend conform de systematiek van de Wet op de huurtoeslag.
In afwijking van de vorige leden kan het college, indien de woonkosten hoger zijn dan de maximum huurgrens in de Wet op de huurtoeslag, op grond van individuele omstandigheden een (aanvullende) woonkostentoeslag verlenen, waarbij de hoogte hiervan wordt bepaald op de woonkosten minus de eigen bijdrage die verschuldigd zou zijn bij een huur gelijk aan de maximum huurgrens.
De woonkostentoeslag als bedoeld in het derde lid wordt toegekend voor drie tot zes maanden, met de mogelijkheid tot verlenging tot maximaal 1 jaar en de belanghebbende wordt de verplichting opgelegd om te zoeken naar goedkopere huisvesting waarvoor wel recht bestaat op huurtoeslag.
Hoofdstuk 5
Artikel 36
Berekening woonkostentoeslag eigenaren
Onderdeel van Gemeente Bergeijk - Beleidsregels bijzondere bijstand Kempengemeenten 2021