**1..** De medewerker bespreekt met de inwoner welke hulpvraag hij heeft en welk effect hij wil bereiken. In het gesprek onderzoekt de medewerker:
de behoefte van de inwoner: wat is er nodig?
de persoonlijke situatie van de inwoner: hoe ziet die eruit en wat betekent dit voor het gewenste effect?
de (on)mogelijkheden van de inwoner: (hoe) kan de inwoner zelf bijdragen aan de oplossing van de hulpvraag?
de omgeving van de inwoner: welke hulp kan het sociale netwerk of kunnen organisaties bieden, en hoe kan er met de gemeente worden samengewerkt om de inwoner goed te helpen?
**2..** De medewerker informeert de inwoner over de mogelijkheden van de gemeente om de persoonlijke situatie van de inwoner te verbeteren. Ook informeert de medewerker de inwoner over de mogelijkheden die er zijn om in bepaalde gevallen te kiezen voor een persoonsgebonden budget (pgb), zie 6.3.1. De medewerker betrekt deze zaken bij het onderzoek naar de hulpvraag.
**3..** Als het nodig is betrekt de medewerker ook anderen bij het gesprek. Het kan dan gaan om deskundigen, iemand die de inwoner vertegenwoordigt, een of meer mantelzorgers of familie. Als de inwoner mantelzorg krijgt, gaat de gemeente na of er maatregelen genomen moeten worden om die mantelzorger te ondersteunen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.2.3
Inhoud gesprek [Jeugdwet, Wmo, Wgs, Gemeentewet]
Onderdeel van Verordening Sociaal Domein Gemeente Aalten 2021