Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Onderdeel van Vijfde wijziging van de Beleidsregels afwijking bestemmingsplan

“Voor verlening van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komt in aanmerking: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: niet hoger dan 10 m, en de oppervlakte niet meer dan 50 m².” Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voor de voorgevelrooilijn van een woning verlenen burgemeester en wethouders géén omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de Wabo van het bestemmingsplan wordt afgeweken, indien: voor zover het bepaalde onder b niet van toepassing is, de hoogte van het bouwwerk meer bedraagt dan 1,00 m; voor zover het een constructie van onderling verbonden staanders ter ondersteuning en geleiding van planten of bomen betreft, niet zijnde een erf- of perceelsafscheiding, de hoogte van het bouwwerk meer bedraagt dan 3,50 m. Voor een bouwwerk, zijnde een erf- of perceelsafscheiding, verlenen burgemeester en wethouders géén omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de Wabo van het bestemmingsplan wordt afgeweken, indien de hoogte van het bouwwerk, voor zover dit is gesitueerd achter de voorgevelrooilijn, meer bedraagt dan 2,00 m. Voor een bouwwerk, zijnde een kleine windturbine, verlenen burgemeester en wethouders géén omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de Wabo van het bestemmingsplan wordt afgeweken, indien: op het bouwperceel reeds een windturbine is geplaatst of vergund; de windturbine is gesitueerd in voorerfgebied; de afstand van de windturbine tot een grens met een naburig woonperceel kleiner is dan de hoogte van de windturbine; de windturbine is gesitueerd in, aan, op of bij een beschermd monument of in een beschermd stads- of dorpsgezicht; het een wiekturbine in een woongebied betreft. Voor een bouwwerk op voor “Water” aangewezen gronden ter plaatse van een aanduiding “aanlegsteiger” in het gebied van het bestemmingsplan “Goese Meer” verlenen burgemeester en wethouders géén omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de Wabo van het bestemmingsplan wordt afgeweken, indien: het bouwwerk tot gevolg heeft dat de bebouwde oppervlakte van het voor “Water” bestemde deel van het perceel meer bedraagt dan 50%; voor zover het bouwwerk mede bestaat uit aanmeerpalen, de bouwhoogte van de palen meer bedraagt dan 2,70 m boven NAP; de bouwhoogte van het bouwwerk voor het overige deel meer bedraagt dan 1,90 m boven NAP. Voor een bouwwerk op voor “Water” aangewezen gronden ter plaatse van een aanduiding “aanlegsteiger” in het gebied van het bestemmingsplan “Havengebied Goes” en de daarbij behorende herziening(en) verlenen burgemeester en wethouders géén omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de Wabo van het bestemmingsplan wordt afgeweken, indien: het bouwwerk tot gevolg heeft dat de bebouwde oppervlakte van het voor “Water” bestemde deel van het perceel meer bedraagt dan 35% of het absolute maximum van 25 m² overschrijdt; een groter deel dan 15 m² van het bouwwerk op een afstand van meer dan 1 m vanaf de oeverlijn is gesitueerd; voor zover het bouwwerk mede bestaat uit aanmeerpalen, de bouwhoogte van de palen meer bedraagt dan 2,70 m boven NAP; de bouwhoogte van het bouwwerk voor het overige deel meer bedraagt dan 1,90 m boven NAP.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel