Naar hoofdinhoud
1.. Het college ziet af van terugvordering als: aan belanghebbende te veel of ten onrechte uitkering is toegekend en had dit redelijkerwijs niet kunnen begrijpen; aan belanghebbende te veel of ten onrechte uitkering is toegekend en dit de belanghebbende niet is te verwijten en als de betaling reeds meer dan twee jaar geleden heeft plaatsgevonden. de terugvordering leidt tot onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen. 2.. Het college ziet af van terugvordering in incidentele gevallen, gebaseerd op een individuele afweging van relevante omstandigheden. Zowel financiële als niet-financiële (immateriële) omstandigheden, zoals re-integratieactiviteiten, schuldsituaties en andere sociale motieven spelen hierbij een rol. 3.. Het college trekt een besluit tot het afzien van terugvordering in als op een later moment blijkt dat belanghebbende onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste en volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid. 4.. In afwijking van lid 1 van dit artikel, ziet het college niet af van terugvordering als de vordering: het gevolg is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan; of door pand- of hypotheekrecht wordt gedekt; of is ontstaan ten gevolge van het schenden van de inlichtingenplicht.

Rechtspraak bij dit artikel