Naar hoofdinhoud
1.. Indien de op een locatie aangetroffen gehalten van PFOS of PFOA in de grond lager zijn dan respectievelijk 1,4 µg/kg en 1,9 µg/kg, en/of in grondwater lager dan 0,01 µg/l, wordt de locatie als niet verontreinigd beschouwd. Op basis van aanvullend onderzoek kunnen gemeenten (mits voldoende onderbouwd) afwijkende achtergrondwaarden voor hun eigen grondgebied vaststellen. 2.. Indien de gehalten van PFOS in de grond tussen 1,4 µg/kg en 110 µg/kg liggen en/of de gehalten in het grondwater tussen 0,01 µg/l en 0,20 µg/l (binnen grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied) dan wel tussen de 0,01 µg/l en 56 µg/l (buiten grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied) liggen, en indien de gehalten van PFOA in de grond tussen 1,9 µg/kg en 1.100 µg/kg liggen en/of de gehalten in het grondwater tussen 0,01 µg/l en 0,39 µg/l (binnen grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied) dan wel tussen 0,01 µg/l en 170 µg/l (buiten grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied) liggen, wordt de locatie als verontreinigd beschouwd, maar is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. 3.. Bij gehalten van PFOS in de grond gemiddeld hoger dan 110 µg/kg in 25 m3 en/of bij gehalten van PFOA in de grond gemiddeld hoger dan 1.100 µg/kg in 25 m3 is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. In grondwaterbeschermingsgebieden en waterwingebieden geldt dat bij gehalten van PFOS in grondwater gemiddeld hoger dan 0,20 µg/l in 100 m3, en/of gehalten van PFOA in grondwater gemiddeld hoger dan 0,39 µg/l in 100 m3 er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Buiten grondwaterbeschermingsgebieden en waterwingebieden geldt dat bij gehalten van PFOS in grondwater gemiddeld hoger dan 56 µg/l in 100 m3, en/of gehalten van PFOA in grondwater gemiddeld hoger dan 170 µg/l in 100 m3 er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. 4.. Op gemeten gehalten van PFOS of PFOA in de grond zoals bedoeld in het eerste, tweede en derde lid van dit artikel is de bodemtypecorrectie voor organische stoffen van toepassing indien het organisch stofgehalte 10% of hoger is. 5.. Bij een bodemsanering van een historische bodemverontreiniging met PFOS en/of PFOA moet worden gesaneerd tot ten minste de interventiewaarden bedoeld in het derde lid. Indien men hiervan wil afwijken, moet dit in het saneringsplan worden gemotiveerd. 6.. Stoffen behorend tot PFAS worden individueel per stof beoordeeld. Voor gehalten van andere stoffen behorend tot PFAS gelden de normen en handelwijze in deze beleidsregel zoals die voor PFOS gelden.

Rechtspraak bij dit artikel