Naar hoofdinhoud
1.. De aanvrager wordt geacht een toereikende financiële draagkracht te hebben, wanneer het beschikbare privévermogen op 1 januari 2021 meer bedroeg dan de op hem toepasselijke vermogensgrens genoemd in artikel 34 derde lid van de wet zijnde: EUR 6.295 voor een alleenstaande en; EUR 12.590 voor een alleenstaand ouder en; EUR 12.590 voor gehuwden/samenwonenden tezamen. 2.. Onder het beschikbare privévermogen wordt in deze beleidsregel uitsluitend verstaan: contant geld; tegoeden op bank- en spaarrekeningen; geld in de vorm van cryptovaluta, en beleggingen op een effectenrekening of in een effectendepot, met uitzondering van aandelen in het eigen bedrijf en overige aandelen op naam.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel