Op grond van artikel 10 van de verordening zijn op inzamelmiddelen- en voorzieningen de volgende regels van toepassing:
Op basis van doelmatig afvalbeheer wordt bepaald welk inzamelmiddel- of voorziening wordt gebruikt per perceel of percelencluster. Hierbij wordt ten minste rekening gehouden met locatiekenmerken, afvalscheiding en kosten;
De gemeente verstrekt geen vuilniszakken;
Door of namens de gemeente verstrekte inzamelmiddelen behoren bij de woning;
Inzamelmiddelen aan huis blijven eigendom van de verstrekker en worden bij normale slijtage voor zijn rekening technisch onderhouden;
De inzameldienst is bevoegd om het inzamelmiddel aan huis te voorzien van een sticker en/of chip ter herkenning van het inzamelmiddel;
De gebruiker is verantwoordelijk voor het gebruik en het onderhoud van de in bruikleen ontvangen inzamelmiddelen als ware deze zijn eigendom;
De gebruiker van het perceel richt zich tot de inzameldienst bij verdwijning, vermissing of beschadiging van het inzamelmiddel;
De gebruiker is verplicht de inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen zodanig te gebruiken dat deze geen overlast voor derden veroorzaakt.
De inzameldienst stelt in overleg met de gemeente een inzamelreglement op voor het aanbieden van het afval via de inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen, evenals acceptatievoorwaarden voor de afvalbrengstations.
De inzameldienst is verantwoordelijk voor de verstrekking van afvalpassen voor ondergrondse containers.