Het college kan plaatsen aanwijzen buiten de inrichting, in de openlucht en buiten de weg waarvoor het verbod als bedoeld in artikel 3.83 lid 1 niet van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik van deze plaatsen:
in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;
in het belang van de bescherming van de fysieke leefomgeving;
in het belang van de veiligheid van het publiek.
Hoofdstuk 2 › § 2.2.8
Artikel 2.20