**1..** Het is verboden de bodem dieper dan 30 cm beneden het maaiveld te verstoren in een gemeentelijk archeologisch monument of een gebied waar archeologische vondsten worden verwacht als in het bestemmingsplan niet is voorzien in een regeling om het archeologisch erfgoed te beschermen.
**2..** Het verbod is niet van toepassing indien;
voor de activiteit een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste of tweede lid onder c, van de Wet algemene bepalingen een omgevingsrecht is verleend, of;
de activiteit geen strijd oplevert met het gemeentelijk archeologiebeleid, of;
een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat:
het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of
de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of
in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.
**3..** Het college kan nadere regels stellen waarmee kaders worden gesteld aan de activiteit en de uitvoering van archeologisch onderzoek.
Hoofdstuk 3 › § 3.1.4
Artikel 3.11