Naar hoofdinhoud
1.. Het is verboden een openbare plaats of een gedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als: het gebruik schade toebrengt aan een openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van een openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van een openbare plaats; het gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 2.. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen en uitstallingen. 3.. Het college kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het in het eerste lid gestelde verbod. 4.. Het college kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j . of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 5.. Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor: evenementen als bedoeld in artikel 2:24 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Zuidplas; standplaatsen als bedoeld in artikel 3.70; terrassen behorend bij een openbare horecagelegenheid waarbij een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Zuidplas is verleend; overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een omgevingsvergunning; voor het gebruik van een openbare plaats is verleend. 6.. Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de omgevingsverordening Zuid-Holland. 7.. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing op dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel