Het college kan een omgevingsvergunning parkeren intrekken of wijzigen:
op verzoek van de vergunninghouder;
wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de omgevingsvergunning parkeren is verleend, verlaat of het daar uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt;
wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de voorwaarden die relevant waren voor het verlenen van de omgevingsvergunning parkeren;
wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van omgevingsvergunningen parkeren komt te vervallen;
wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de omgevingsvergunning parkeren verbonden voorschriften;
wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de omgevingsvergunning parkeren onjuiste gegevens zijn verstrekt;
om redenen van openbaar belang.
Hoofdstuk 3 › § 3.2.6.
Artikel 3.40