Naar hoofdinhoud
1.. De omgevingsvergunning voor het innemen van een vaste plaats wordt ingetrokken: op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder; bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van artikel 3.49 de omgevingsvergunning wordt overgeschreven. 2.. Het college kan een omgevingsvergunning intrekken: indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; indien de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in artikel 3.49 genoemde vereisten voor het toewijzen van een marktstandplaats; indien de vergunninghouder niet het minimum aantal keren de marktstandplaats inneemt overeenkomstig artikel 3.46. 3.. Indien degene op wie een omgevingsvergunning ingevolge artikel 3.49 is overgeschreven, reeds een omgevingsvergunning heeft voor een andere vaste plaats op dezelfde markt, wordt deze omgevingsvergunning ingetrokken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel