Indien een vaste plaats kan worden toegewezen, verleent het college een omgevingsvergunning waarin in ieder geval is bepaald:
de naam en voorletters, de geboortedatum en -plaats, het adres en de woonplaats van de vergunninghouder;
een duidelijke omschrijving van de toegewezen vaste plaats met vermelding van het nummer en de afmetingen daarvan;
de verkoopmaterialen die de vergunninghouder bij het innemen van de plaats mag gebruiken;
de artikelen (branche) die de vergunninghouder mag verhandelen;
de datum waarop aan de vergunninghouder voor het eerst omgevingsvergunning is verleend en zijn volgnummer op de Anciënniteitlijst;
dat de vergunninghouder zelf zorg draagt voor inzameling en afvoer van zijn afval en dat hij zijn marktstandplaats schoon oplevert;
van wie de vergunninghouder zijn elektriciteit betrekt;
welke geluidsapparatuur op de marktstandplaats is toegestaan;
welke kook-, bak- en verwarmingsapparatuur zijn toegestaan.
Hoofdstuk 3 › § 3.2.8.
Artikel 3.61