Naar hoofdinhoud
1.. De verleende omgevingsvergunning voor een standplaats kan worden ingetrokken: wanneer de ingeschreven niet langer handelingsbekwaam is of niet langer voldoet aan alle overige voorgeschreven publiekrechtelijke verplichtingen op het gebied van de bedrijfsuitoefening en bedrijfsorganisaties; bij overlijden van de standplaatshouder, tenzij het college overschrijving toestaat; als gebleken is dat een ander dan de vergunninghouder de standplaats in gebruik heeft genomen zonder dat daarvoor vergunning is verleend; als een vergunninghouder gedurende 3 achtereenvolgende dagen of gedurende 5 dagen binnen een tijdvak van 13 weken geen gebruik heeft gemaakt van de standplaats zonder een naar het oordeel van het college geldige reden; 2.. Het college kan, indien zij onverwijld optreden noodzakelijk acht, de vergunninghouder in afwachting van de besluitvorming het recht ontzeggen om de standplaats gedurende een periode van maximaal vier weken daadwerkelijk te gebruiken.

Rechtspraak bij dit artikel