**1..** Het college weigert een omgevingsvergunning in ieder geval:
Indien de te vergunnen activiteit in strijd zou zijn met het bepaalde in deze verordening of een andere wettelijke regeling;
In het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
**3..** Het college kan een omgevingsvergunning in ieder geval weigeren indien:
dat naar hun oordeel nodig is in het belang van een veilige, gezonde fysieke leefomgeving, de bescherming van het milieu of het genoemde doel in de van toepassing zijnde paragraaf;
dat naar hun oordeel nodig is met het oog op het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften;
niet wordt voldaan aan bij of krachtens deze verordening gesteld vereisten om voor de omgevingsvergunning in aanmerking te komen;
de aanvraag te kort voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor redelijkerwijs een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is;
indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
het belang van de voorkoming of beperking van overlast of gevaar voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak zich hier tegen verzet.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf
Artikel 6.8