**1..** Besluiten genomen bij of krachtens de in artikel 9.1 genoemde verordeningen worden aangemerkt als omgevingsvergunningen krachtens deze verordening.
**2..** Aanvragen voor omgevingsvergunningen en ontheffingen op het gebied van de fysieke leefomgeving waarop bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist worden afgehandeld krachtens deze verordening. Aanwijsbesluiten genomen op basis van de Erfgoedverordening worden eveneens aangemerkt als aanwijsbesluiten krachtens deze verordening.
**3..** Handhavings- en gedoogbesluiten bij of krachtens de in artikel 9.1 genoemde verordeningen worden aangemerkt als handhavings- en gedoogbesluiten genomen krachtens deze verordeningen.
**4..** Aanwijzingsbesluiten van toezichthouders bij of krachtens de in artikel 9.1 genoemde verordeningen worden aangemerkt als aanwijsbesluiten van toezichthouders genomen krachtens deze verordening.
**5..** Op bezwaar- en beroepschriften tegen besluiten genomen bij of krachtens de in artikel 9.1 genoemde verordeningen wordt beslist met inachtneming van deze verordening.
**6..** Indien het college van oordeel is dat een schriftelijke toestemming dan wel reeds verleende omgevingsvergunning als bedoeld in het vierde lid niet voldoet aan de voorschriften bij of krachtens deze verordening kan zij de leidingexploitant een termijn stellen waarbinnen hij het college nadere informatie over de leiding dient te verschaffen of een aanvraag voor een omgevingsvergunning moet indienen, bij gebreke waarvan de schriftelijke toestemming bij een door het college te bepalen tijdstip komt te vervallen.
Hoofdstuk 8
Artikel 8.1