Hieronder staan de uitgangspunten en de procedure die gelden voor gecombineerde werkzaamheden.
Uitgangspunten kostenverdeling project-kosten bij gecombineerd werk:
Ieder draagt de kosten die toe te rekenen zijn aan de eigen werkzaamheden.
Iedere meegaande partij maakt hiervoor een reservering in de begroting voor de eigen werkzaamheden.
Er worden zo weinig mogelijk facturen verstuurd tussen partijen onderling.
De kostenverdeling vindt plaats op basis van de tijd die elk van de meegaande partijen binnen het gecombineerde werk nodig heeft om de eigen werkzaamheden uit te voeren.
De initiatiefnemer coördineert de werkzaamheden. De specifieke kosten ten behoeve van de gezamenlijke voorbereiding en uitvoering, bijvoorbeeld: het namens het gecombineerde project bijwonen van overleggen, organiseren samenwerking, het opstellen BLVC-plan en de BLVC maatregelen tijdens de uitvoering. Dubbele kosten voor de initiatiefnemers worden hiermee voorkomen en initiatiefnemers hebben hier gezamenlijk baat van. Iedere partij draagt de kosten (met name menskracht, uren) voor de eigen bijdrage in dit coördinatieproces.
In overleg kunnen altijd afwijkende afspraken worden gemaakt, bijvoorbeeld wanneer met gezamenlijke bestekken of gezamenlijke directievoering wordt gewerkt of andere innovatieve uitvoeringswijzen worden afgesproken. In de praktijk blijkt dit vaak voor alle partijen gunstiger uit te pakken.
Het maakt voor de kostenverdeling (de keuze wie initiatiefnemer wordt of mede-initiatiefnemer) niet uit wie een werk als eerste heeft aangemeld, zodat er geen belemmering is om vroegtijdig de werkzaamheden aan te melden.
Procedure kostenverdeling Projectkosten bij gecombineerd werk:
Aan het eind van de wenstracéprocedure geven alle bij het gecombineerde werk betrokken partijen aan de initiatiefnemer op hoeveel dagen groot werk ze nodig hebben. Dit geldt ook voor eventuele gedwongen werkzaamheden zoals verplaatsing van kabels en leidingen.
Partijen die maximaal één week nodig hebben hoeven niet mee te betalen aan de projectkosten. Uitgangspunt hierbij is dat uitvoering van deze werkzaamheden niet of nauwelijks tot verhoging van de totale projectkosten leidt.
De noodzakelijke BLVC-maatregelen worden door de initiatiefnemer in overleg met alle meegaande initiatiefnemers opgesteld en vastgelegd in een BLVC-plan.
Op basis van de voorlopige kostenverdeling en de raming van de kosten stuurt de initiatiefnemer offertes uit naar de meegaande partijen, waarna deze partijen opdracht verlenen aan de initiatiefnemer.
Wanneer er gedurende het project extra BLVC-kosten moeten worden gemaakt die voor verdeling over alle betrokken partijen in aanmerking komen en die vooraf niet waren voorzien (bijvoorbeeld het inzetten van (extra) verkeersregelaars op advies van de WWU), dan worden alle betrokken partijen hiervan zo spoedig mogelijk door de initiatiefnemer op de hoogte gesteld.
Wanneer er gedurende het project (extra) BLVC-kosten moeten worden gemaakt die duidelijk zijn toe te rekenen aan de werkzaamheden van een of een aantal der partijen, dan dragen die partijen die kosten.
De (eind)afrekening gebeurt op basis van werkelijk gemaakte kosten. Dit geldt zowel voor de kosten zelf als voor de kostenverdeling. Wanneer een partij langer of korter heeft gewerkt dan vooraf ingeschat, dan wordt de kostenverdeling daarop aangepast.
Facturering en betaling vinden plaats middels de bij partijen algemeen gebruikelijke wijze.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.3.2.