Naar hoofdinhoud
1.. De gemeente vergoedt voor gedwongen verleggingen van distributiekabel- en leidinginfrastructuur aan de kabel- en leidingbeheerder een percentage van de werkelijk gemaakte kosten overeenkomstig onderstaande tabel. leeftijd kabel/leiding in jaren 1-5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 >15 vergoeding door gemeente 100% 90% 81% 72% 63% 54% 45% 36% 27% 18% 9% 0% 2.. De gemeente vergoedt voor gedwongen verleggingen van transportkabels en leidingen aan de kabel- en leidingbeheerder een percentage van de werkelijk gemaakte kosten overeenkomstig onderstaande tabel. leeftijd kabel/leiding in jaren 1-10 11 12 13 14 15 16 17 vergoeding door gemeente 100% 95% 90% 85% 80% 75% 70% 65% 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 >29 60% 55% 50% 45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% 3.. De leeftijd van de kabel- en leidinginfrastructuur wordt gerekend vanaf de datum waarop de vergunning tot leggen en/of plaatsen van de kabel- en leidinginfrastructuur in werking is getreden. 4.. Indien een vergunning ontbreekt, wordt de leeftijd gerekend vanaf de datum waarop het leggen en/of plaatsen volgens de (veldwerk)registratie van de kabel- en leidingbeheerder is voltooid. 5.. Indien de kabel- en leidingbeheerder niet kan aantonen op welke datum vergunning werd verleend, dan wel op welke datum het leggen en/of plaatsen is voltooid, wordt er voor de toepassing van deze verlegregeling van uitgegaan dat de betreffende kabel- en leidinginfrastructuur ouder is dan 15 jaar, dan wel 30 jaar of ouder is indien het transportkabels- en leidingen betreft. 6.. In afwijking van het onder 1 en 2 van deze paragraaf bepaalde is geen vergoeding verschuldigd indien in de voor de aanleg van de kabel- en leidinginfrastructuur verleende vergunning expliciet vermeld wordt dat binnen de termijn van 15 jaar, of 30 jaar indien het transportkabels- en leidingen betreft, verlegging ervan wordt voorzien, waarbij deze te verwachten verlegging duidelijk en niet uitsluitend in algemene termen dient te zijn omschreven. 7.. In afwijking van het onder 1 en 2 van deze paragraaf bepaalde vergoedt de gemeente 100% van de werkelijk gemaakte kosten indien: de kabel- en leidingbeheerder niet of verwijtbaar te laat door de gemeentelijke planvoorbereider bij het gestelde in paragraaf 4.5.2. onder 3 en 4 is betrokken; het gaat om verplaatsing van bovengrondse voorzieningen, zoals trafostations, gasregelstations en warmte-/koude-overdrachtstations, waarvoor een recht van opstal is verleend; het gaat om verplaatsing van kabels en leidingen die als rechtstreeks gevolg van de onder sub b. genoemde verplaatsing noodzakelijkerwijze dienen te worden verlegd; het gaat om gedwongen verleggingen die uitsluitend worden veroorzaakt door particuliere initiatieven waarbij geen gemeentelijk belang aan de orde is en waarbij de gemeente, indien en voor zover dat in haar macht lag, heeft nagelaten aan de kabel- en leidingbeheerder een zakelijk recht te verlenen dan wel de betreffende particulier te verplichten de verlegging of verplaatsing aan de kabel- en leidingbeheerder te vergoeden. Voorbeelden van bedoelde particuliere initiatieven zijn het aanbrengen van een lift aan een bestaand gebouw, het veranderen van gevels, kleine rooilijnoverschrijdingen, het uitgeven van kleine stukjes (snipper)groen en dergelijke. het gaat om in het kader van de gedwongen verlegging gemaakte herbestratings¬ kosten. In de meeste gevallen waarbij sprake is van gedwongen verleggingen gaat het om zogenaamde ‘gecombineerde werken’ waarbij de gemeente zelf zorg draagt voor herbestrating en dus zelf de kosten daarvan voor haar rekening neemt. 8.. Uitgangspunt bij de hiervoor onder 7 sub b, c en d bedoelde vergoeding door de gemeente is dat verplaatsing en verlegging van gelijkwaardige kabel- en leidinginfrastructuur plaatsvindt. Indien sprake is van een capaciteitstoename en/of andere kwantificeerbare voordelen wordt daarvoor een in redelijkheid tussen partijen vast te stellen bedrag in mindering gebracht op de vergoeding door de gemeente. Indien sprake is van een aantoonbare, niet gewenste, capaciteitsafname of van een aantoonbare, kwantificeerbare kwaliteitsvermindering zal naast de vergoeding een in redelijkheid tussen partijen vast te stellen bedrag worden vergoed. 9.. Indien vanwege de gemeentelijke werkzaamheden sprake is van meerdere (tijdelijke) verleggingen van dezelfde kabel- en leidinginfrastructuur, is op de eerste tijdelijke verlegging deze verlegregeling van toepassing en komen de kosten van de overige verleggingen ten laste van de gemeente, tenzij hierover tijdens de planvormings- of voorbereidingscoördinatie tussen de gemeente en de kabel- en leidingbeheerder andere afspraken zijn gemaakt. 10.. Het hiervoor onder 9 bepaalde geldt niet indien het gaat om: c.. werkzaamheden aan kunstwerken, zoals bruggen, waarin de kabel- en leidinginfrastructuur is verwerkt en waarbij de uitvoeringswijze onherroepelijk met zich meebrengt dat de kabel- en leidinginfrastructuur tijdelijk buiten het kunstwerk moet worden gebracht en hiervoor geen ander definitief tracé beschikbaar is. d.. werkzaamheden aan de riolering in straten en stegen die dusdanig smal zijn dat de riolering en de overige kabel- en leidinginfrastructuur gedwongen zodanig dicht bij elkaar liggen dat tijdelijke verlegging van de overige kabel- en leidinginfrastructuur tijdens de uitvoering onherroepelijk is. In deze gevallen worden de totale verlegkosten van alle benodigde tijdelijke verleggingen vergoed op grond van de leeftijd van de oorspronkelijke kabel- en leidinginfrastructuur, volgens de hiervoor onder 1 en 2 weergegeven tabellen.

Rechtspraak bij dit artikel