Deze verordening verstaat onder:
tegemoetkoming: een geldelijke tegemoetkoming aan kamerhuurders ter compensatie van de gemeentelijke belastingen, die via de (servicekosten van de) verhuurder aan de gemeente worden betaald.
gemeentelijke belastingen: de rioolheffing en de afvalstoffenheffing.
kamerhuurder: natuurlijke persoon, die staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen van de gemeente Delft, die niet een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent, en die als huurder onzelfstandige woonruimte bewoont.
onzelfstandige woonruimte: woonruimte waarbij sprake is van noodzakelijk gebruik van gemeenschappelijke voorzieningen (wasgelegenheid, kookgelegenheid en/of toilet).
betalingscapaciteit: het positieve verschil van het in januari van het betreffende belastingjaar genoten netto-besteedbare inkomen en de kosten van bestaan.
netto-besteedbaar inkomen: het inkomen dat overeenkomstig art. 14 en 15 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 wordt berekend.
kosten van bestaan: de normbedragen uit artikelen 21, 22, 23, en 33 van de Participatiewet.
partner: degene die beschreven staat in artikel 3 van de Participatiewet.
vermogen: de waarde in het economische verkeer van de bezittingen van de belastingschuldige en van zijn partner, verminderd met de schulden van de belastingschuldige en zijn partner die hoger bevoorrecht zijn dan de rijksbelastingen (overeenkomstig art. 12 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990).
belastingjaar: kalenderjaar waarop de gemeentelijke belastingen betrekking hebben.
het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Delft.
kwijtscheldingsverordening: Verordening op de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen Delft 2013 of zijn opvolgers.
Hoofdstuk 1
Artikel 1