Naar hoofdinhoud
Het schuldhulpverleningstraject kan worden beëindigd indien: verzoeker niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in artikel 4; verzoeker zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken voor de aflossing van schulden; op grond van onjuiste gegevens schuldhulpverlening aan betrokkene is toegekend; verzoeker zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schuldhulpverleningstraject agressief gedraagt; verzoeker in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren; de geboden dienstverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verzoeker, niet (langer)passend of noodzakelijk is; de inkomens-, woon- of leefsituatie van verzoeker dermate onzeker is dat schuldhulpverlening (nog)niet mogelijk is; verzoeker daar om vraagt; verzoeker verhuist naar een andere gemeente, tenzij er sprake is van een lopende schuldbemiddeling; het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond. Indien de schuldhulpverlening wordt beëindigd op grond van lid 1, subleden b, c, d, en/of f, kan het college de verzoeker een uitsluitingstermijn opleggen voor de duur van ten hoogste 1 jaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel