Naar hoofdinhoud
1.. De subsidieontvanger start binnen vier maanden na de subsidieverlening met de uitvoering van het R&D-samenwerkingsproject. 2.. De subsidieontvanger voert het R&D-samenwerkingsproject uit binnen vierentwintig maanden na de start van het R&D-samenwerkingsproject. 3.. In afwijking van lid 2 kunnen Gedeputeerde Staten besluiten, op basis van een gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger, de in het tweede lid genoemde termijn, met maximaal 12 maanden te verlengen.

Rechtspraak bij dit artikel