Aan leerlingen die op grond van artikel 11, eerste lid en 17, eerste lid van de verordening recht hebben op een vervoersvoorziening, verstrekt het college op grond van artikel 17, vierde lid van de verordening een voorziening om zelfstandig te leren reizen indien uit onderzoek van het college blijkt dat de leerling in staat is om zelfstandig te leren reizen. Het college besluit tot het verstrekken van deze speciale voorziening op grond van adviezen van deskundigen en betrokkenen. Ter ondersteuning van het traject om de leerling zelfstandig te laten reizen, kan het college producten inzetten uit de ‘Reiskoffer’, bijvoorbeeld de Go-OV-app, of een Voor-elkaar-pas van Arriva.
Als de leerling zelfstandig kan reizen vervalt het recht op leerlingenvervoer. Het college kan besluiten het recht op leerlingenvervoer en de inzet van het product uit de Reiskoffer na inzet van het zelfredzaamheidstraject voortzetten gedurende maximaal één jaar.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 5.4.3.
Artikel 5.7.