Vergunningen ten behoeve van objectbewegwijzering worden verleend als:
het terrein / object niet in aanmerking komt voor aanduiding door reguliere bewegwijzering;
het terrein / object niet bereikt kan worden door de bestaande reguliere bewegwijzering te volgen;
het noodzakelijk is in het kader van de verkeersveiligheid;
het terrein / object buiten de bebouwde kom ligt;
het terrein / object wordt gebruikt voor één of meerdere bovenlokale activiteiten;
het terrein / object over toereikende parkeeraccommodatie beschikt ;
het terrein / object een verkeersaantrekkende werking heeft, en
het terrein / object voorkomt op de lijst die is opgenomen in de bijlage van deze beleidsregel.
Artikel 3