**1..** Om in aanmerking te komen voor een voorziening zoals genoemd in artikel 3.1 van dezebeleidsregels gelden de volgende nadere voorwaarden:
de oudere dient de Pensioengerechtigde leeftijd te hebben bereikt.
de oudere dient ingeschreven te zijn in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeenteAmsterdam (voorheen Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA);
de oudere dient te beschikken over een burgerservicenummer;
de oudere dient op de Peildatum of op de datum van aanvraag in geval van een minnelijke schuldregeling, een opgelegde schuldregeling op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen of een schuldregeling van een door de gemeente aangewezen of gemandateerde instantie niet over een vermogen te hebben beschikt dat hoger was dan het op de Peildatum geldende bedrag ingevolge artikel 34, derde lid, van de Wet werken bijstand of Participatiewet;
de oudere dient over het refertejaar, of op de datum van aanvraag in geval van een minnelijkeschuldregeling of een opgelegde schuldregeling op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen of een schuldregeling van een door de gemeente aangewezen of gemandateerde instantie, over een minimuminkomen te beschikken genoemd in artikel 6 van deze beleidsregels.
de oudere dient een persoonlijke OV-chipkaart te hebben aangeschaft op eigen kosten enhet nummer aan het College te verstrekken;
**2..** Om in aanmerking te komen voor een voorziening zoals genoemd in artikel 3.2 van deze beleidsregels gelden naast de voorwaarden genoemd in artikel 4, eerste lid, ondera tot en met e, de volgende nadere voorwaarden:
**3..** de oudere te beschikken over een AOV pas met een indicatie voor één van de drie volgendevervoerssoorten, zoals beschreven in de Wmo verordening van de gemeente Amsterdamen de daarbij horende nadere regels:
Deur tot deur Samenreizend vervoer (DTDS),
Deur tot deur Plusvervoer (DTDP),
Kamer tot kamervervoer (KTK).
Artikel 4