Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Voorwaarden voor verstrekking

Onderdeel van Beleidsregels vervoersvoorzieningen minimaouderen gemeente Amsterdam

1.. Om in aanmerking te komen voor een voorziening zoals genoemd in artikel 3.1 van deze beleidsregels gelden de volgende nadere voorwaarden: de oudere dient de Pensioengerechtigde leeftijd te hebben bereikt. de oudere dient ingeschreven te zijn in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente Amsterdam (voorheen Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA); de oudere dient te beschikken over een burgerservicenummer; De Oudere dient op de Peildatum niet over een vermogen te hebben beschikt dat hoger was dan het op de Peildatum geldende bedrag ingevolge artikel 34, lid 3, Participatiewet, met een verhoging van dit bedrag, namelijk: voor een alleenstaande: € 2.500 erbij; voor een alleenstaande ouder: € 5.000 erbij; voor gehuwden tezamen: € 5.000 erbij. Of op de datum van aanvraag in geval van een minnelijke schuldregeling, een opgelegde schuldregeling op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen, een schuldregeling van een door de gemeente aangewezen of gemandateerde instantie of een inkomen dat heeft geleid tot de verstrekking van voedselpakketten door Voedselbank Amsterdam of Voedselbank Gooi en Omstreken op basis van de daarvoor geldende toekenningscriteria van Voedselbank Nederland; de Oudere dient over het Refertejaar over een minimuminkomen te beschikken, zoals bedoeld in artikel 6; de oudere dient een persoonlijke OV-chipkaart te hebben aangeschaft op eigen kosten en het nummer aan het College te verstrekken; 2.. Om in aanmerking te komen voor een voorziening zoals genoemd in artikel 3.2 van deze beleidsregels gelden naast de voorwaarden genoemd in artikel 4, eerste lid, onder a tot en met e, de volgende nadere voorwaarden: de oudere dient te beschikken over een AOV pas met een indicatie zoals beschreven in de Wmo verordening van de gemeente Amsterdam en de daarbij horende nadere regels.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel