Link met 8.3 Terugvordering uitkering en artikel 8.3.1 Terugvordering en incasso
**1..** Wij zien ambtshalve van verdere terugvordering af, indien jij:
gedurende 3 jaar (36 maanden) op je geldlening of niet verwijtbare vordering hebt afgelost, of gedurende 10 jaar (120 maanden) op jouw verwijtbare vordering hebt afgelost;
gedurende 3 jaar (geldlening of niet verwijtbare vordering) of 10 jaar (verwijtbare vordering) niet volledig aan de aflossingsverplichting hebt voldaan, maar de achterstallige aflossingen over deze periode alsnog ineens voldoet;
gedurende 10 jaar geen betalingen hebt verricht en het niet aannemelijk is dat jij deze op enig moment nog gaat verrichten; of
een bedrag van ten minste 50% van de restsom ineens voldoet.
**2..** Het vorenstaande is niet van toepassing bij:
vorderingen die door een pand of hypotheek op een goed of goederen zijn gedekt, voor zover de vorderingen niet op die goederen verhaald kunnen worden; en
vorderingen die een bestuurlijke boete betreffen, waarbij sprake is van opzet of grove schuld.
**3..** Hetgeen in het eerste lid is bepaald ten aanzien van verwijtbare vorderingen, is niet van toepassing op verwijtbare vorderingen waarvan het besluit tot terugvordering is genomen voor 1 januari 2013. Ten aanzien van verwijtbare vorderingen die dateren van voor 1 januari 2013 geldt een termijn 5 jaar (60 maanden).
**4..** Met een verwijtbare vordering wordt voor de toepassing van dit artikel en artikel 8.1. 8 gelijkgesteld, een vordering op grond van artikel 58 lid 2 sub b van de Participatiewet (teruggevorderde geldlening) en een vordering op grond van artikel 58 lid 2 sub f van de Participatiewet (later ontvangen middelen).
Hoofdstuk 8 › Paragraaf 8.1
Artikel 8.1.9