Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1b

Artikel 3.1b.3

Inkomstenvrijlating regulier

Onderdeel van Integrale beleidsregels sociaal domein gemeente Schagen

Link met: 3.4 Voorzieningen - werk en artikel 3.4.14 Andere voorzieningen en vergoeding 1.. Jij kan aanspraak maken op de vrijlating van inkomen indien: jij algemene bijstand of een uitkering uit de IOAW of IOAZ ontvangt; jij inkomsten uit (parttime) arbeid ontvangt; de inkomsten uit (parttime) arbeid een duurzaam karakter hebben, of uitzicht op een duurzaam inkomen uit (parttime) arbeid bieden; jij 27 jaar of ouder bent; en jij de pensioengerechtigde leeftijd nog niet hebt bereikt. 2. . Vijfentwintig (25) procent van het inkomen uit (parttime) arbeid wordt niet tot jouw middelen gerekend. 3. . De inkomsten uit (parttime) arbeid worden ten hoogste zes maanden niet tot de middelen gerekend. 4. . Het maximaal vrij te laten inkomen per maand bedraagt het bedrag zoals genoemd in artikel 31,tweede lid, onder n, van de Participatiewet, of artikel 8, tweede lid, van de IOAW, of artikel 8, derde lid, van de IOAZ. 5. . De vrijlating van inkomen wordt slechts éénmaal per uitkeringsperiode toegekend. Onder uitkeringsperiode wordt het volgende verstaan: de periode waarin een uitkering aaneengesloten of na een onderbreking die korter dan dertig dagen is wordt voortgezet; de situatie waarin de uitkering wordt hersteld, na een onderbreking wegens een verblijf in detentie, verblijf in het buitenland of verblijf in een inrichting, ongeacht de duur van die onderbreking; de situatie waarin sprake is van aaneengesloten voortzetting van een uitkering die al in een andere gemeente werd verstrekt en/of de situatie waarin na wijziging van bijvoorbeeld de woon- of gezinssituatie de uitkering naar een andere norm wordt voortgezet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel