Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2

Artikel 3.2.4

Begeleiding

Onderdeel van Integrale beleidsregels sociaal domein gemeente Schagen

Link met: 3.6 Meedoen aan de samenleving en artikel 3.6.3 Begeleiding 1. . Jij komt in aanmerking voor begeleiding, indien jij beperkingen ondervindt bij jouw zelfredzaamheid en ondersteuning in het dagelijks leven nodig hebt om zelfstandig te kunnen leven. 2. . Begeleiding is gericht op het bevorderen van jouw zelfredzaamheid en participatie zodat jij zolang mogelijk in jouw eigen leefomgeving kan blijven. Het doel van begeleiding is gericht op wat jij nodig hebt voor het herstel van c.q. het stabiliseren van het evenwicht bij het functioneren bij een of meer van de volgende onderdelen: het begeleiden bij jouw zelfredzaamheid en/of participatie; het stabiliseren van jouw zelfredzaamheid en/of participatie; het verbeteren van jouw zelfredzaamheid en/of participatie; en/of het ondersteunen van jouw zelfzorg. 3. . De begeleiding wordt aangeboden in de vorm van Begeleiding en Begeleiding Extra. 4. . Bij begeleiding worden de volgende resultaten op cliëntniveau onderscheiden: zo lang mogelijk veilig thuis wonen (met specifieke aandacht voor kinderen); zelfstandig leren wonen (o.a. met beeldzorg); structuur aanbrengen in de dag; betekenisvolle rollen in het leven behouden en ontwikkelen; versterken zelfmanagement; sociale vaardigheden behouden en ontwikkelen; voorkomen van eenzaamheid/verlichting sociaal isolement; het blijven of gaan participeren in de samenleving; werknemersvaardigheden ontwikkelen en versterken; toeleiding naar dagbesteding, onderwijs en/of behandeling; begeleiding bij werkfit maken als voorbereiding op toeleiding naar werk; begeleiding bij het behouden van werk (jobcoaching); het voorkomen van schulden; versterken van het netwerk en het inzetten daarvan. 5. . Bij het vaststellen van de omvang van de begeleiding worden de volgende aspecten meegewogen: welke activiteiten zijn nodig; wat biedt het eigen netwerk of de voorliggende voorzieningen; hoe belast is de mantelzorg; wat zijn de mogelijkheden van de cliënt (hoeveel kan de cliënt fysiek en mentaal aan); hoeveel tijd kosten deze activiteiten en met welke frequentie (hoeveel keer per week) moeten deze worden uitgevoerd; zijn de activiteiten planbaar of niet; is er toezicht nodig, en zo ja in welke mate.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel