Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8 › Paragraaf 8.1

Artikel 8.1.10

Verrekening bijstand

Onderdeel van Integrale beleidsregels sociaal domein gemeente Schagen

Link met 8.3 Terugvordering uitkering en artikel 8.3.1 Terugvordering en incasso 1.. Als jij bijstand ontvangt van de gemeente Schagen, wordt de vordering of geldlening in maandelijkse termijnen met deze bijstand verrekend. Deze verrekening vindt plaats op grond van artikel 60 lid 3 van de Participatiewet en artikel 6:127 van het Burgerlijk Wetboek. 2.. Als jij bijstand van een andere gemeente, een uitkering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of een uitkering van de Sociale verzekeringsbank ontvangt, wordt de vordering of geldlening in maandelijkse termijnen met deze bijstand of voornoemde uitkering verrekend. Deze verrekening vindt plaats op grond van artikel 60a. van de Participatiewet (pseudo-verrekening). 3.. Bij vorderingen uit ten onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekte uitkering op grond van de Participatiewet en vorderingen op grond van een bestuurlijke boete of een geldlening bedraagt het in te houden bedrag 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. 4.. Bij vorderingen uit ten onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekte uitkering op grond van de IOAZ- of IOAW- of vorderingen op grond van een bestuurlijke boete wordt het aflossingsbedrag bepaald op 5% van de bruto uitkeringsgrondslag. 5.. Als de bijstand op enig moment wordt beëindigd, wordt aan jou verzocht om de verschuldigde aflossingen zelf te blijven voldoen. 6.. Als de bijstand wordt beëindigd, wordt de reservering van het vakantiegeld met de vordering verrekend. 7.. Als jij een vordering op ons hebt, dan verrekenen wij deze met een vordering als bedoeld in artikel 58 en 59 van de Participatiewet, artikel 25, tweede en derde lid, van de IOAW en artikel 25, tweede en derde lid, van de IOAZ.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel