Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.14.1.2

Op individueel niveau

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning

Artikel 2.3.10, eerste lid Wmo 2015 geeft aan dat het college een beslissing tot verstrekking van een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget kan herzien dan wel intrekken. De bevoegdheid kan worden toegepast wanneer: a. de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget is aangewezen; c. de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget niet meer toereikend is; d. de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget verbonden voorwaarden; e. de cliënt de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget niet of voor een ander doel gebruikt. Om de ondersteuning betaalbaar te houden en alleen ter beschikking te stellen aan diegene die het daadwerkelijk nodig heeft, voert het college als beleid dat wanneer een of meer van de hiervoor (onder a tot en met e) genoemde situaties zich voor doen, gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid om de beslissing tot verstrekking van de maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget in te trekken of te herzien. Daaraan dient echter wel een zorgvuldige belangenafweging vooraf te gaan. In dat kader zal de cliënt (op grond van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht) ook vooraf moeten worden gehoord. Daar waar mogelijk wordt het intrekkingsbesluit en een terugvorderingsbesluit in één brief gecombineerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel