Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.6

Het wonen in een geschikte woning

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning

Om langer zelfstandig te kunnen blijven wonen in de eigen leefomgeving zijn er veel voorzieningen die dit mogelijk maken. We kennen de volgende woonvoorzieningen: • losse woonvoorzieningen: voorzieningen die niet nagelvast, dus verplaatsbaar zijn (bijvoorbeeld een toiletstoel); • bouwkundige woonvoorziening: nagelvaste voorzieningen (bijvoorbeeld een aangepaste keuken); • verhuiskostenvergoeding. Voor kortdurend gebruik (maximaal zes maanden) zijn losse woonvoorzieningen te leen via de uitleendepots van thuiszorgaanbieders of hulpmiddelenleveranciers. Losse voorzieningen hebben als voordelen dat ze vaak snel kunnen worden ingezet, soms voordeliger zijn, vaak voor meerdere doeleinden kunnen worden ingezet (bijvoorbeeld: een douchestoel ook gebruiken om aan de wastafel te zitten of om op te zitten bij het aankleden) en meegenomen kunnen worden in geval van verhuizing. Losse voorzieningen zijn daarom voorliggend op bouwkundige woonvoorzieningen. Een losse tillift is bijvoorbeeld te verkiezen boven een plafondlift. Uitgangspunt is dat iedereen eerst zelf zorgt dient te dragen voor een woning. Dit kan zowel een gekochte woning zijn als een huurwoning. Daarbij mag er van uit worden gegaan dat rekening wordt gehouden met beperkingen, ook wat betreft de toekomst. Gemeenten dragen niet de verantwoordelijkheid voor woningaanpassingen voor mensen met een indicatie voor de Wet Langdurige Zorg (WLZ - die op 1 januari 2015 is ingegaan) tenzij de indicatie een modulair pakket thuis of volledig pakket huis betreft. Dit houdt in dat bij het wachten op een plaats in een intramurale setting geen woningaanpassing verricht hoeft te worden.

Rechtspraak bij dit artikel