Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.6.6

Primaat losse woonunit

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning

Wanneer het primaat van verhuizing niet van toepassing is, dan moet beoordeeld worden welke aanpassingen noodzakelijk zijn. Indien een bouwkundige woonvoorziening bestaat uit een aanbouw aan of een aanzienlijke verbouwing van een woning die niet het eigendom is van een verhuurder, die bereid is de aangepaste woning blijvend ter beschikking te stellen van personen die op basis van aantoonbare beperkingen behoefte hebben aan een dergelijke woning, zal het College een herplaatsbare losse woonunit verstrekken indien daartegen geen bezwaren van overwegende aard bestaan’. Dit primaat nemen we op om te voorkomen dat grote bedragen over een gering aantal jaren afgeschreven moet worden: na aanpassing van een eigen woning is de kans op hergebruik immers gering. Om van dit primaat gebruik te kunnen maken moet uiteraard de mogelijkheid tot het plaatsen van een losse unit bestaan, bijvoorbeeld doordat er voldoende ruimte is. Daarbij zal het meestal zo zijn dat er voldoende ruimte is voor het plaatsen van een losse unit als er ook ruimte is voor het realiseren van een aanbouw. Ook op dit punt geldt dat de wens van de betrokkene een aanbouw te realiseren niet doorslaggevend is: een aanbouw is niet herbruikbaar, een losse unit wel. De minimale afmeting waaraan een woonunit/aanbouw moet voldoen om goede ondersteuning te kunnen bieden en genoeg ruimte voor de inzet van hulpmiddelen is 12m2 voor een (eenpersoons)slaapkamer en 7,5m2 voor een natte cel. Het programma van eisen zoals dat geldt voor een aanbouw kan gebruikt worden voor een losse woonunit. Het is daarbij van belang in de beschikking vast te leggen dat – als de unit niet meer nodig is – dit aan de gemeente gemeld dient te worden. de gemeente kan er dan voor zorgdragen dat de unit verwijderd wordt en de woning in de oude staat wordt teruggebracht. Deze kosten maken onderdeel uit van de verstrekking van een losse woonunit. Ook zal bij het toekennen van een losse woonunit staat het resultaat centraal, dat wil zeggen dat beoordeeld zal moeten worden of de losse unit de problemen bij het normale gebruik van de woning voldoende oplost. De weerstand tegen losse units kan groot zijn. Ook op dit punt moet een zorgvuldige afweging gemaakt worden. Maar anders dan bij het primaat van de verhuizing zal het in deze situatie minder snel voorkomen dat afgezien moet worden van het plaatsen van een losse unit. In principe zal de oplossing immers gelijk kunnen zijn aan een aanbouw. Het verschil zal primair gelegen zijn in het gegeven dat woning niet blijvend van een aanbouw voorzien zal zijn. Maar om voor een bepaalde aanvrager het resultaat te bereiken dat zijn woonprobleem oplost is, hoeft die oplossing niet langer te bestaan dan de band tussen de woning en de gehandicapte. Is een losse unit niet mogelijk, of is de aanpassing niet zodanig dat een afweging gemaakt moet worden, dan kan de stap naar de al dan niet bouwkundige aanpassing worden gemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel