Een pgb voor een hulpmiddel wordt niet verstrekt wanneer verwacht wordt dat binnen de afschrijvingstermijn de voorziening niet meer adequaat of noodzakelijk is (zoals bij kinderen i.v.m. groei en ontwikkeling of bij een progressieve aandoening). Een niet stabiele gezondheidssituatie kan er toe leiden dat het college besluit dat toekenning van een pgb niet mogelijk is, omdat hiermee niet snel en adequaat op een veranderende situatie ingesprongen kan worden. Wanneer aanpassingen op medische gronden (ziekte blijkt toch progressief) noodzakelijk zijn aan de maatwerkvoorziening die eerder met een pgb is aangeschaft, is de gemeente verantwoordelijk voor de kosten van deze aanpassingen.
Als de voorziening tussentijds niet blijkt te voldoen en er geen sprake is van veranderde omstandigheden, kan geen beroep worden gedaan op een vervangende voorziening.
Als een voorziening volgens de vooraf vastgestelde afschrijvingstermijn is afgeschreven maar nog wel compenserend en technisch in orde is, wordt geen nieuw pgb voor een maatwerkvoorziening verstrekt. Of de voorziening nog compenserend is, wordt beoordeeld door de gemeente zelf (samen met de leverancier) of door een door de gemeente aan te wijzen externe deskundige. De eventuele daaraan verbonden kosten zijn voor rekening van de gemeente. Op basis van een nieuwe aanvraag kan wel opnieuw een pgb voor de jaarlijkse kosten van onderhoud, reparatie en verzekering worden verstrekt. Dit pgb zal jaarlijks uitbetaald worden tot het moment dat uit onderzoek blijkt dat de voorziening technisch is afgeschreven.
Wanneer er sprake is van schuldenproblematiek wordt het pgb aan de leverancier uitbetaald. Dit is een uitzondering op de algemene beleidsregel dat bij schuldenproblematiek geen pgb wordt verstrekt.
Het omzetten van het pgb naar een voorziening in natura op verzoek van de cliënt, is niet meer mogelijk nadat het pgb al is besteed aan een voorziening. Dit is van toepassing gedurende de looptijd van het pgb.
Hoofdstuk 6.
Artikel 6.13.4
Uitsluitingen pgb voor hulpmiddelen
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning