In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk;
wet: Participatiewet;
in aanmerking te nemen inkomen: het volledige inkomen waarover een inwoner redelijkerwijs kan beschikken als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de wet. Het inkomen uit bedrijf of zelfstandig beroep wordt in aanmerking genomen conform artikel 6 van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers. De middelen bedoeld in artikel 31 lid 2 van de wet worden niet tot het inkomen gerekend;
het huidige inkomen: het in aanmerking te nemen inkomen als bedoeld in artikel 1, onder f van aanvrager en eventuele partner, in de maand dat er recht bestaat op een tegemoetkoming TONK.
het huidige vermogen: beschikbare geldmiddelen van aanvrager en eventuele partner (contant geld, geld op betaal- en spaarrekeningen, cryptovaluta (zoals bitcoins), de waarde van effecten (beleggingsrekeningen met aandelen, obligaties, en opties en effecten in depot)) per de eerste dag van de maand dat er recht bestaat op een tegemoetkoming TONK;
inkomen voor de coronacrisis: het in aanmerking te nemen inkomen als bedoeld in artikel 1, onder f van aanvrager en eventuele partner, per 1 januari 2020. Het college kan het inkomen voor de coronacrisis over het jaar 2019 beoordelen om een gemiddeld maandinkomen vast te stellen als de methode als bedoeld in de eerste volzin tot een onredelijk resultaat leidt;
inwoner: een belanghebbende die zijn woonplaats als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de wet, in Rijswijk heeft;
inkomensterugval: de terugval in inkomen wegens de coronacrisis. Het percentage van de inkomensterugval wordt als volgt berekend: (A-B)/A x 100%, waarbij:
A = inkomen voor de coronacrisis;
B = het huidige inkomen;
woonkosten: de kosten als bedoeld in artikel 4 in de maand dat er recht bestaat op een tegemoetkoming TONK;